| Bericht: | Foto 24: m
Uitgever Weenenk & Snel Den Haag 1916.
Uit: 'De Waag van Hoorn' (uitgegeven in 2014).
In principe kwamen alle goederen, waarvan het gewicht belangrijk was voor de prijsvorming, in aanmerking om te worden gewogen in de Waag. Het betrof hier uitsluitend groothandelsproducten. In 1602 werd in Hoorn bepaald dat alle waren of goederen die per gewicht werden verkocht en meer wogen dan 25 pond in de Waag gewogen moesten worden. Het was zodoende verboden op particuliere plaatsen te wegen.
De voornaamste producten die in de Hoornse Waag werden gewogen waren kaas en boter, afkomstig van de boeren uit het West-Friese achterland.
Naast boter en kaas werden ook andere producten ter weging gebracht in de Hoornse Waag, zoals: wol, thee, koffie, vlas, vis, huiden, leer, honing, meekrap (een soort verfstof), rozijnen, tabak, hennep, hammen, spek, smeer (dierlijk vet), Moskovisch garen, touw, ijzer, koper, tin, hooi en allerlei soorten bouwmaterialen zoals kalk en lood. Ook vee, in het bijzonder varkens, werd in de Waag gewogen.
Weer andere producten konden zowel op volume als op weging verkocht worden, zoals graan, turf, fruit en cement.
Uit: 'Kroniek van Velius' in makkelijke taal (uitgegeven in 2007).
De waag, die lange tijd aan de grafelijkheid behoord had, kwam in het voorjaar van 1602 in handen van de stad, die deze voor een bepaald bedrag van het Hof kocht.
Over de vraag hoe de rechten voorheen in de handen van de grafelijkheid gekomen zijn, heb ik (Velius) verschillende verhalen gehoord. Sommigen houden het erop dat die graven die al van oudsher en vanaf het begin van de stad in eigendom hebben gehad, wat naar ik meen de waarheid is en door de eerste stadsprivileges bevestigd wordt.
Sinds de waag in handen van de stad gekomen is, wordt vanaf 1 april een halve stuiver per honderd pond geheven, terwijl dat tevoren maar een oortje was.
 |