| Bericht: | Foto 4: c
Particuliere foto omstreeks 1910.
Het Stadsziekenhuis.
Uit: 'Van Stad tot Streek' (uitgegeven in 1985).
In het midden van de negentiende eeuw liep het aantal proveniers in het St Jans Gasthuis (Boterhal) drastisch terug. De laatsten werden in de Hoornse weeshuizen ondergebracht. De gasthuisvoogden droegen hun verantwoordelijkheden over aan de gemeente.
In 1858 besloot de gemeente tot het inrichten van een (nieuw) ziekenhuis. Het jaar daarna besloot de gemeente het voormalig Zeekantoor en een deel van de Bank van Lening tot dit doel te bestemmen. Dit waren ruimten die oorspronkelijk deel uitgemaakt hadden van het in 1385 gebouwde Agnietenvrouwenklooster. Bij de Reformatie kwam dit klooster leeg te staan. In 1586 werd het bestemd tot vergaderplaats van de Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier. Het Admiraliteitspoortje in de hoek van het Kerkplein, dat ook de toegang was tot het Stadsziekenhuis, dankt zijn naam aan deze functie.
De Admiraliteiten werden in 1795 opgeheven en de gebouwen werden daarna voor velerlei doeleinden gebruikt.
In 1860 werden reeds enkele vertrekken tot laboratorium en stadsapotheek ingericht. Begin 1862 keurde de gemeente een plan goed tot verbouwing van de overige lokalen tot 'Armen Gast- of Ziekenhuis'.
In twee fasen werd het gebouw grondig gerenoveerd en kwam in september 1866 gereed. Er werden direct een huismeester en een huismeesteres benoemd. En vervolgens werd de ziekenhuisinventaris aangekocht. Eind 1867 kwamen de eerste patienten binnen.
De officiele opening was op 1 januari 1868. Het eerste jaar telde 148 patienten.
(einde VStS).
Uit: 'Hij komt van Hoorn' (uitgegeven in 2012).
Er kwam een grote mannen- en een grote vrouwenzaal, twee kamertjes voor betalende patienten, een zaaltje voor kraamvrouwen, een voor lijders aan besmettelijke ziekten en een voor vrouwen met venerische ziekten.
Meubilair en linnengoed werden aanbesteed bij Hoornse particulieren: 50 groene wollen dekens, 25 matrassen van zeegras, 25 peluwen van zeegras, 25 veren kussens, 25 geweven mansborstrokken, 50 vrouwen borstrokken, 50 geweven blauwe mansslaapmutsen, 100 paar wollen sokken.
Lakens en slopen kwamen van de stadsnaaischool, evenals 50 katoenen mans- en 50 vrouwshemden, plus 50 witte katoenen vrouwenmutsen.
 |