| Bericht: | Foto 20: k
Uitgever De Vries 1880.
Uit: 'Kroniek van Velius' in makkelijke taal (uitgegeven in 2007).
In 1573 kocht Hoorn veertien metalen stukken geschut tegelijk van Matheus Nevelingh en verder een grote hoeveelheid klokspijs (mengsel van koper en tin) en geel koper, waar die het ook maar wist te krijgen. Daaraan voegde de stad alles toe wat ze zelf bezat, namelijk de klokken van de kloosters en ook andere die maar enigszins gemist konden worden, ook het koperen traliewerk voor het grote koor en wat het verder nog bijeen wist te brengen, zelfs tot en met de kandelaars die in de Grote Kerk hingen. Ook gaven de burgers ieder als om strijd het koperwerk dat zij in huis hadden en men reed enkele dagen lang met troggen in de stad rond om het te verzamelen.
Hiervan goot meester Hendrik van Trier, een meester in zijn vak, een aantal prachtige stukken geschut. Hij deed dat in de Sint Anthoniskerk (Oosterkerk), die voor hem als werkplaats was ingeruimd. Van deze stukken geschut stond de stad meteen vier, niet van de minste, af om op de laatst toegeruste oorlogsschepen gebruikt te worden. De andere steden beloofden Hoorn klokspijs en geel koper te bezorgen, zo veel als nodig was om meer van dergelijk stukken te gieten.
 |